Vrijwilliger II

Dit is het tweede deel van mijn drieluik over Vrijwilligers.

In mijn eerste deel beschreef ik mijn eerste analyse van het vrijwilligersprobleem. Kort samengevat: De werkwijze van veel clubs sluiten niet meer aan bij de levenswijze en behoefte van de huidige vrijwilligers. De vrijwilliger van nu is op zoek naar wat ik "beleving" noem en zijn - ook niet door het verplichten en/of afkopen - makkelijk te porren voor al dat vrijwilligerswerk. Er is een andere mindset nodig.

Op 28 augustus, 6 dagen na mijn eerst blog werd ik verrast door het artikel "Professionaliseren van verenigingen? De hype voorbij!", een artikel bij SportKnowHowXL. Het clubleven zou volgens het artikel helemaal niet problematisch zijn. Integendeel, er wordt zelfs gesproken over de revival van clubs.



Op 14 september kwam de Telegraaf met  "Alarmfase Rood voor de clubs", een artikel waarin de Telegraaf uitlegt dat het juist heel slecht gaat met de clubs. Dit werd gevolgd door een poll van Sportplezier.nl en een column in de Gelderlander en wederom een artikel over clubs die het moeilijk hebben, nu in het Eindhovens Dagblad. Kortom de discussie schiet van links naar rechts en is nog lang niet ten einde.

De slachtofferrol van de clubs domineert echter nog altijd de discussie. "Iedereen van de club moet echt een steentje bijdrage want anders gaat de club verloren en dat is héél zielig!", is de boodschap. De bal wordt op de helft van de vrijwilliger gelegd. Alleen die vrijwilliger wil niet meer meespelen omdat de spelregels van het leven zijn veranderd.

Volgens mij zijn niet de vrijwilligers maar de clubs aan zet. Waarbij ik mij realiseer dat dit een merkwaardige tegenstelling is omdat een club immers niets anders is dan een verzameling vrijwilligers.

De vraag die daarbij een essentiële rol speelt is: "Waarom zou ik als vrijwilliger mijn vrije tijd juist bij de club besteden besteden?" Wat maakt dat ik een ochtendje bardienst bij de voetbalclub verkies boven voor pak-m-beet een bezoekje aan foodtruck-event op zoek naar een tosti dubbelgerijpte Stolwijkse boerengeitenkaas of een ledenvergadering verkies boven een koffiebar-terrasje voor een hippe java chip frappuccino decaf extra latte. Wat maakt dat ik mijn Instagram-foto's bij de voetbalclub maak en niet van mijn kat? Dat heeft alles te maken met hoe je de club ervaart.

Hoe wordt je ontvangen? - Hoe lekker is de koffie? - Wat zei je medetoeschouwer toen je zoon of dochter scoorde? - Waar wordt over gemopperd? Het is een lappendeken van momenten die bepalen hoe je een club ziet, voelt, hoort en proeft. De gezamenlijkheid van al die individuele ervaringen is wat je de identiteit van de club kan noemen. Als voldoende leden zich thuis voelen bij die ervaringen, zich verbonden voelen met die identiteit, dan heb je de kans dat ze ook gaan meehelpen.

Kortom het is deze identiteit wat de club maakt of breekt. Het zijn waarden en normen die de identiteit de juiste kleur geven. Ik citeer uit het artikel van SportKnowHowXL: "Bij de verenigingen waar de gezamenlijke waarden verwaarloosd worden, blijkt het per seizoen lastiger te worden de vereniging levensvatbaar te houden" De club moet zijn identiteit zeer duidelijk en voortdurend profileren.

Maar om je identiteit te profileren zullen keuzes gemaakt moeten worden. Wat voor club is dit? -  Zijn wij een club waar topsport de belangrijkste pijler vormt? - Of juist voor de breedtesport? - Is het jeugdsport of de volwassenensport? - Hoe gedragen we ons langs de lijn en wordt je erop aangesproken? - Is dit een vereniging waarvan van iedereen verwacht wordt dat hij meehelpt? - Welke maatregelen neemt de club om het klimaat te ondersteunen? En vooral is er wat te beleven dat past bij wat de vrijwilliger leuk en belangrijk vind?  Veel keuzes. Duidelijke keuzes.



Keuzes gemaakt? Wees dan die club tot in al je DNA. Je zult daarbij vrijwilligers verliezen, maar de lange duur ook winnen. Mensen die zich thuis voelen bij jouw identiteit zullen komen, anderen zullen juist gaan. De identiteit is het houvast voor de leden.  De identiteit houdt de leden vast. Geen vrijwilligers? Willen niemand helpen de club in stand houden? Misschien mist je club dan het bestaansrecht?

Want een duidelijke keuze kan ook zijn stoppen. Een Oranjevereniging in een dorpje van 3000 inwoners is misschien net als de fax of de videorecorder niet meer van deze tijd. Of misschien is de derde voetbalclub in een dorp van 13000 inwoners of de zevende voetbalclub in een stad van 130.000 inwoners gewoon te veel van het goede. Maar voor alle keuzes geldt: weg met die slachtofferrol van de clubs.

Lees hier het prachtige voorbeeld van een club met een identiteit die staat als een huis: voetbalclub DZC '68 uit Doetinchem.

In het derde deel van het drieluik zal ik na de pijlers beleving en identiteit de derde bespreken: organisatie. In die blog zal ik ook een aantal concrete ideeën bespreken.

Noot: Het vervolg op deze blog "Vrijwilliger III" is hier te lezen.

Reacties

Berichten

Vakantie

Blog zestig

Competitie

Een RKC-tje

Waarom de VAR niet werkt

Trainers, sleutel tot succes

Eerlijk

Sport-intimidatie