Sport-intimidatie

Laura Aarts stopt met waterpolo omdat het plezier ontbreekt. Zij wil niet een jaar lang in een keurslijf worden gedwongen om met de Olympisch Spelen mee te mogen doen.


"Ook al speel en train ik al jaren met die andere meiden, ik voel me het buitenbeentje. Ik wil iets anders, doe iets anders. Dat kan goed zijn, maar te vaak voel ik me daar niet prettig bij. Voor iedereen staat het leven in het teken van de Spelen. Dat begrijp ik. In 2016 had ik dat ook. Maar ik heb nu een andere visie. Ik wil op een fijne plek zijn en sociale contacten kunnen hebben. Ik denk dat we ook goed presteren als iedereen in het buitenland speelt en we iets vaker samenkomen in Nederland dan normaal. Maar dat is geen optie."

Er blijkt voor maatwerk geen plaats. Het is een one-size-fits-all-traject waar de trainer voor kiest: "De uitzondering die ik wilde, blijven trainen in Dunaujvaros en af en toe terugkomen naar Nederland, was te groot", zegt Laura daarover. Meedoen met de aanpak van de trainer was geen optie voor Laura: "Zijn de Olympische Spelen ook nog leuk als je daarvoor een heel jaar ongelukkig bent geweest? Het programma, van 9 uur ’s ochtends tot 6 uur ’s avonds alleen maar in Zeist zitten, dat trek ik niet. Ik voel me daar niet op mijn plek."

Arno Havenga lijkt er vrij strak in te staan maar de precieze invloed van de trainer op het spelplezier van Laura blijft onduidelijk. Soms is het effect van de trainer op het verlies aan spelplezier veel duidelijker. Dat blijkt bijvoorbeeld uit dit verhaal:


"Zijn aanpak is heel hard en grof, ook niet een beetje. Je moet tot het randje gaan en zelfs over je grens heen. Ik voelde dat ik tot mijn grens ging, maar volgens de trainer was het niet ver genoeg. Je moest kotsend op de grond liggen en dat ging mij net te ver. Het werd zo erg dat ik niet meer mijn gang kon gaan en niet meer met plezier volleybalde."

Aan het woord is Marleen Veldhuis die stopte met trainen bij het Nederlands Jeugdteam in Papendal vanwege de aanpak van trainer Julien van de Vyver. Julien is inmiddels zelf opgestapt.

Ik ken twee andere gevallen uit mijn verleden bij de Nevobo van meisjes die gestopt zijn vol desillusies. Eén meisje werd op haar vijftiende door de NeVoBo geselecteerd voor Jeugd Oranje. Ten tijde van een toernooi voor de Jeugd Olympiade had zij last van een schouderblessure. Op last van de trainer werd er bij dat vijftienjarige meisjes een spuit in haar schouder gezet. Gevolg: zij heeft daarna nooit meer normaal kunnen volleyballen omdat ze haar schouder aan gort heeft geslagen gedurende dat toernooi.

Een meisje dat ik op elfjarige leeftijd selecteerde voor de Nederlandse volleybalschool kwam van een kleine dorpsclub. Van eenmaal in de trainen in de week ging ze al snel over naar veel meer training per week. Ze was groot en sterk, viel op en al snel werd zij door Jeugd Oranje opgepikt en ging nog meer trainen.

Vier jaar later kwam ik haar weer tegen toen ze zich bij mijn club meldde. Ze was gestopt met Jong Oranje en volkomen uitgeblust en overtraind. Ze heeft vervolgens een half jaar lang één keer in de week moeizaam meegetraind. Op het laatste ging het weer iets beter maar ik geloof niet dat ze ooit echt de lol in het volleybal weer terug heeft weten te vinden.


Lonneke Sloetjes komt ook niet bepaald als gelukkig voor de dag in dit interview.  Naar de rol  van Guidetti, haar voormalige coach, blijft het gissen maar hoe zij plotseling aan de kant is gezet bij Vakifbank geeft wel een vreemde smaak in de mond.

Ik weet niet of alle bovenstaande gevallen met elkaar te vergelijken zijn maar alle verhalen laten mij wel schrikken. De rode draad: jonge sporters die stuklopen op het rigide trainingsklimaat van topsport. Met grote vraagtekens bij de rol van de trainer.

Willem Vissers stelt in de Volkskrant terecht de vraag hoe groot de ijsberg is onder dit topje. Welke topsporters of aankomende talent genieten van de sport en het topsportklimaat? En bij hoeveel van deze groep is het plezier al volkomen verdwenen en wordt de schade voor de lange termijn alleen maar groter? Er werd bij een uitzending van Radio 1  bijvoorbeeld al ingeschat dat 20 tot 35% % van de profvoetballers sprake zou zijn van bovenmatige stress.

De belangrijkste vraag voor mij bij al dat ongeluk en verloren sportplezier: wat is de rol van de trainer? Je zou kunnen beargumenteren dat bij topsport deze aanpak van de trainers een vereiste is om de top te bereiken en dat afvallers daarbij evident zijn.

Maar is dat wel zo? Zou Laura niet de sterren van de hemel kunnen keepen in Tokyo als ze wel lekker in Hongarije blijft spelen? Is het echt nodig om Marleen en andere meisjes bij de training over de kling te jagen om een topvolleybalster te worden? Of zijn dat slechts waanideeën van sportdwaze trainers? Om het over een spuit in de schouder op je vijftiende maar even niet te hebben.

In hoeverre heeft de trainer het recht om deze committent te eisen en hoever mogen ze gaan in het afdwingen ervan? Wanneer gaat dit over in intimidatie en manipulatie?

Er is veel aandacht, zeker sinds de #metoo-affaire, voor seksuele intimidatie. Laura zegt gelukkig nee tegen iets wat zij niet wil en Marleen is ook ergens anders gaan spelen. Maar hoeveel sporters durven dat? En hoeveel sporters worden gemanipuleerd en geïntimideerd en doen dingen in dit soort situaties tegen hun zin en houden hun mond hierover? Misschien tijd voor #MeTooSport?

Reacties

Berichten

Snel leren fietsen

Wisselen

Elf tips om kampioen te worden

Waarom de VAR niet werkt

Warming-up

Meiden

Een RKC-tje

Bloggen over bloggers